Credo in unum Deum

Basilieken, kathedralen. De Onze Lieve Vrouwe in Maastricht.

Ekklesia, 30 september 2012

Woord ten geleide

Basilieken, kathedralen. De Onze Lieve Vrouwe in Maastricht. De Madeleine in Vézélay. De Sint Pieter in Rome. In Parijs de Notre Dame. Groot, hoog gewelfd, schemerlicht. En dan ben je daar met duizend of meer, en je zingt, in het Latijn: Credo in unum Deum. Die vervoering.
Het is 1911, niemand dacht nog aan een wereldoorlog, de Eerste. De Franse dichter-bekeerling Paul Claudel gaat naar de hoogmis in de Notre Dame en schrijft: “Het was de diepzinnigste, de meest grandioze poëzie, het waren de verhevenste gebaren die ooit aan een mensenwezen vergund werden. Ik raakte maar niet uitgekeken op dat schouwspel van de heilige mis”. Wat doen wij hier, in dit zaaltje – met een ‘dienst’ die alle schittering van de heilige hoogmis mist? Waarom niet minstens een Dominicus- Keizersgrachtkerk – Mozes en Aron – Rode Hoed? Een zaaltje, zo goed mogelijk ingericht, maar zonder de grootste akoestiek van basiliek en kathedraal, waar wij geduldig een oud verhaal vertellen, uitleggen, zingen – en een oeroud ritueel plegen, brood en wijn gedeeld. Een leerhuis-liturgie zaal, waar wij de twintig eeuwen oude ‘christelijke traditie’ ondervragen, en opnieuw proberen verstaanbaar te maken. Waar wij een nieuwe interpretatie van oude woorden betrachten. Wij zingen zo dadelijk woorden uit de vierde eeuw van onze jaartelling: ‘God van God, licht van licht, over Jezus van Nazareth, ‘één in wezen met de vader’. Wat moeten, wat mogen wij nog met die woorden?
Ik zal in mijn toespraak/schriftuitleg proberen U die woorden aan te praten – ze over te vliegen naar nu, naar U. En ik ga proberen U ervan te overtuigen dat wat ooit de allerheiligste hoogmis werd genoemd en voor sommigen nog altijd is, in ons ritueel van brood en beker voortleeft naar zijn meest oorspronkelijke bedoeling.
Cathérine Verviers, vorige week verwelkomt als nieuwe kracht binnen het liturgisch team van deze Ekklesia, zal vandaag voorgaan in eucharistie en voorbeden. Ik heet haar nogmaals hartelijk welkom. Wees genadig. Kom bevrijden. Kyrie Eleison.

Lezing uit de eerste brief van Paulus aan de ekklesia van Korinte

Ik kan jullie niet prijzen om jullie bijeenkomsten:
die doen meer kwaad dan goed.
Allereerst, ik hoor dat er tijdens jullie bijeenkomsten in de ekklesia
verdeeldheid heerst
en tot op zekere hoogte geloof ik dat.
Want verdeeldheid moet er wel zijn,
enkel dan wordt duidelijk wie van jullie betrouwbaar is.
Als je dan bijeenkomt,
is het niet om de maaltijd van de heer te eten.
Want iedereen eet in zijn eentje de maaltijd die hij heeft meegebracht,
zodat de een honger heeft en de ander dronken is.
Heb je soms geen huis om te eten of te drinken?
Of misken je de gemeente van God
en wil je hen die niets hebben, te schande maken?
Wat moet ik hierover zeggen?

Moet ik je prijzen?
Hierin kan ik je niet prijzen.
Want ik heb ontvangen van de heer
wat ik jullie heb doorgegeven:
dat de heer, Jezus, in de nacht waarin hij werd overgeleverd,
brood nam, het dankgebed sprak, het brak en zei:
‘Dit is mijn lichaam, voor jullie,
doe dit om mij te gedenken.’
Zo nam hij na de maaltijd de beker en sprak:
‘Deze beker is het nieuwe verbond, in mijn bloed.
Doe dit, telkens als je drinkt, om mij te gedenken.’
Want telkens als je dit brood eet en deze beker drinkt,
verkondig je de dood van de heer
totdat hij komt.

– 1 Korintiërs 11 vers 17-26

Toespraak

1.
In het bijbelse boek van de Uittocht staat geschreven dat Mozes zijn naam hoort roepen uit de brandende doornstruik. De roepende stem zegt dat hij de god van Abraham, Izaäk en Jakob is, en dat hij de ellende van ‘de kinderen van Israël’ gezien heeft; dat hij hun geschreeuw vanuit hun onderdrukking heeft gehoord en dat hij is afgedaald om te bevrijden. Jullie kennen dat tafereel, die tekst, neem ik aan.

Om duidelijk te maken dat de god van Abraham en van Mozes niet het Opperwezen is dat sinds mensenheugenis en steeds opnieuw bedacht en gedroomd wordt en gevreesd en gehaat, en in naam waarvan mensen elkaar onderdrukken en de stuipen op het lijf jagen, om ons dat in te prenten, waagt de bijbel deze onvergetelijke beeldspraak over God: afgedaald om te bevrijden. Je denkt dat hij troont – oud-oosterse maar nog altijd herkenbare beeldspraak – maar hij is ‘afgedaald’. In een wereld waarin het woord ‘god’ nog altijd ‘allerhoogste macht’ en ‘opperwezen’ betekent, en waarin miljoenen smadelijk afhankelijk zijn van allerhoogste machten, is een god-die-afdaalt- om-te-bevrijden een volstrekt onvoorstelbare.

2.
Deze ‘afgedaalde God’ – ‘Ik zal er zijn’, zo wordt zijn Naam weergegeven – deze Bevrijder-God wordt in de alleroudste geschriften van ‘onze beweging’, in de brieven van Paulus en in de vier evangeliën, de Vader van Jezus van Nazareth genoemd.
En Jezus wordt de zoon van de Vader-God genoemd. Ook wordt hij beeld van God, en woord van God genoemd, en ‘uit God geboren’.

In de 4 e eeuw wordt dit in het zogenoemde Credo van Nicea – Nicea ligt in Turkije, vlak bij het huidige Istanbul, toen Constantinopel geheten – in het Credo van Nicea wordt het zo geformuleerd, wij hebben het gezongen: dat hij, Jezus, die mens uit die uithoek die Nazareth heette, dat die is: ‘God van God – licht van licht – ware God van ware God – geboren niet gemaakt – één in wezen met de vader.

Hij werd door die allereerste ‘ekklesia’s’ beleefd als die ene-bij-uitstek, die de afgedaalde God-Bevrijder is nagevolgd, die Hem gedáán heeft. ‘Een in wezen’.

3.
De Hebreeuwse bijbel spreekt niet over het ‘wezen’ van God. Dat woord ‘wezen’ is van Griekse herkomst en komt uit een andere denkwereld voort. De bijbel ‘toont’ een God wiens bedoeling en wil, wiens hartstocht en visioen het is dat mensen uit alle denkbare onderdrukking bevrijd worden, uit alle vormen van verslaving, vervreemding, verlamming. Met deze God-Bevrijder kan een mens één worden. Niet samensmelten, niet in hem opgaan, niet ‘één’ in de betekenis van ‘samenvallend mèt’ – een persoon valt niet samen met een andere persoon, dat weten wij allen uit ervaring, hoe ‘symbiotisch’ sommigen van ons ook geaard zijn. Twee ‘personen’, twee ‘zielen’ kunnen één van bedoeling en inzet zijn, één van hartstocht en inzicht en keuze, ofwel ‘één van geest’. Als het ook jouw hartstocht en visioen is dat mensen uit alle denkbare ellende worden bevrijd, ben je één met deze God-Bevrijder; op zijn Grieks gezegd ben je dan ‘één in wezen’ met Hem.

In het Credo van Nicea wordt Jezus in het Grieks bezongen als ‘een in wezen met de Vader’. Om het getuigenis hoog te houden over een onvoorstelbare God die afdaalt om te bevrijden, moest van déze ‘zoon van God’ gezegd worden dat hij zijn vader is nagevolgd in die afdaling – ‘Hij is omwille van ons mensen, en om ons te redden, afgedaald’, zegt het oude geloofslied. Zo ‘één in wezen’ was hij met zijn vader.

4.
Deze woorden uit het Credo van Nicea, dat tot op vandaag in alle christelijke kerken en ook in deze Ekklesia wordt hooggehouden, hebben ‘politieke betekenis’. Zij formuleren de norm van alle machtsuitoefeningen en leiderschap; en van alle menselijke verhoudingen.
‘Afdaling’ is de gang van de liefde. ‘Afdalen om te bevrijden en te ontfermen’: dat is de strekking van heel de bijbel. Afdalen is een woord voor een levensstijl, voor een ‘geest’ en vanuit die geest zou een menswaardiger samenleving, een andere nieuwe wereld geboren kunnen worden.

‘Wat is politiek bedrijven?’ vroeg ik vele jaren geleden aan de theoloog Edward Schillebeeckx. Hij antwoordde: ‘de samenleving saneren’. En hij legde uit, in zijn heel eigen theologentaal: ‘Het Koninkrijk Gods impliceert een gesaneerde samenleving. De gezondmaking, de heel-wording van de menselijke samenleving en van alle relaties daarin, is het komen van het Koninkrijk van God’.

Politiek bedrijven – in de ruimste zin van het woord, inclusief je stem uitbrengen bij de verkiezingen – is ‘afdalen om te bevrijden’ en te redden wat er te redden valt. ‘Red hen die geen verweer hebben’, die tekst laat geen compromissen en halve oplossingen toe; die woorden, uit één der bijbelse psalmen, formuleren de strekking van het enige mogelijke partijprogramma van een nieuw CDA.
Politiek bedrijven begint met politiek engagement. En politiek engagement begint met verontwaardiging – dat is iets anders dan woede. Verontwaardiging, dat op de meest weerlozen wordt bezuinigd, in onze marktsamenleving die steeds meedogenlozer wordt. Niet kunnen verdragen dat ook maar één doodgewoon mens wordt uitgebuit, belazerd en vernederd.

Dus niet kunnen harden wat dagelijks om je heen op kleine en grote schaal gebeurt. Daarmee begint engagement! En politiek bedrijven is: dat mechanisme van uitbuiting en vernedering onderbreken. Erger voorkomen. Herstellen, saneren. Kan dat? Dat kan: ‘jij kunt het volbrengen’. Staat geschreven. ‘Jij kunt het volbrengen’ is een bijbelse mantra – en betekent dat een menswaardige samenleving maakbaar is. Zoals muziek maakbaar is: moeilijke partituren gaan voortdurend prachtig in vervulling. Muziek maken is, in alle culturen, de chaos bezweren, een voorschot nemen op een nieuwe wereld – oefeningen van hoop.

Om verontwaardiging en visioen vol te houden heb ik een ekklesia-met- leerhuis nodig, leerhuis-en-liturgie: bezinning, studie-gesprek, muziek, èn een ritueel, een afgesproken inleefbaar gebaar waarin wij de keuze voor een gesaneerde samenleving, een nieuwe wereld uitdrukken. Het visioen tot ritueel gelouterd.

5.
Wij lazen het oudste, het eerste historische bericht over avondmaal en eucharistie in een brief van Paulus aan de ekklesia van Korinthe. Het gaat daar over de gewoonte om binnen de ekklesia samen te eten en aan het eind van de maaltijd eucharistie te vieren. Maar dat samen eten gaat helemaal verkeerd, vindt Paulus, want de een lijdt honger en de ander is dronken – exact zoals het gaat in de ‘oude’ wereld tot op vandaag. Paulus noemt dat de armen vernederen, te schande maken, en de ekklesia van God miskennen: je miskent de ekklesia als je niet je brood, je leeftocht, deelt met hen die niets hebben. Dát is een ekklesia: dat daar de armen ‘gekend’ worden, dat wil zeggen ‘geholpen’, hoe dan ook. Dat daar de heersende ik-en-eigenbelang- levensstijl wordt losgelaten – dát wordt in alle oudste geschriften van de Jezusbeweging ‘bekering’ genoemd.

En dan schrijft Paulus: ‘Wat ik ontvangen heb, geleerd, en aan jullie doorgegeven is een andere levensstijl: die van Jezus Messias; die op de avond voor zijn dood, in de nacht dat hij werd overgeleverd, brood gebroken heeft en ons gegeven, zeggend: “Dit is mijn lichaam voor jullie” – dit ben ik, eet mij, brood voor deze wereld. Doe dit om mij te gedenken. Gedenken betekent in deze tekst ‘navolging: jullie mijn volgelingen, leerlingen, vrienden, wees brood voor deze wereld.
Toen heeft hij een beker wijn genomen: “Deze beker is een nieuw verbond, in mijn bloed”. Bloed is ziel, levenskracht, levensinzet – doodbloeden betekent je levenskracht en bezieling verliezen. In deze oude woorden die verwijzen naar het grote verbondsthema in de Thora, de boeken van Mozes, hoor ik hem zeggen: geef je levenskracht, je ziel voor een nieuw verbond. Verbond betekent ‘leven in solidariteit’. Nieuw verbond: nieuwe vormen van bezield verband en solidariteit, nieuwe projecten van liefde. En dan staat er: als je dit brood eet, en drinkt uit deze beker, verkondig je zijn dood. Ja, dat hij zich totterdood gegeven heeft; dat hij tot in de dood is ‘afgedaald’, trouw tot in de dood aan zijn roeping ‘te zoeken en te redden wat verloren is’. Afgedaald om deze wereld uit de macht van de dood te bevrijden.

6.
In het volgende hoofdstuk van zijn brief legt Paulus uit, dat de ekklesia het lichaam is van Jezus Messias in deze wereld. Messiaanse gemeente. Hij hoopt dat ‘zij toen/wij nu’ hem in zijn afdaling zullen navolgen. Dat wij hem in deze samenleving, déze, tegenwoordig zullen stellen, zijn geestkracht, zijn helende sanerende kracht, zijn ziel.
En vervolgens bezingt Paulus in zijn brief die kracht als liefde die alles aankan, ‘altijd opnieuw vol hoop’.

7.
In Jezus’ naam brood breken en delen betekent: dat je een wereld wil waar brood zal zijn, en recht, èn waardigheid voor alle mensen. Zijn beker drinken betekent: je sterk maken voor een nieuw verbond met alle mensen, met niemand niet – einde alle vormen van discriminatie, racisme, vernedering, einde oude levensstijl. Avondmaal-eucharistie is viering van een mogelijke solidariteits-samenleving, tegen de heersende, en politiek nog altijd zeer machtige oude levensstijl in.

Eucharistie betekent dankzegging. Dank betuigen voor die opdracht en zegen die wij ontvangen hebben: tegen de macht van onrecht in een nieuwe wereld maken waar niet de dood heerst.

Die opdracht, roeping, die ons leven zin geeft, die ons wegroept uit leegte en cynisme en dood-van-god.

Zeg Amen. Dat het ooit zo mag zijn.