Zomernieuwsbrief

De nieuwe zomernieuwsbrief is er!

Lees over de opbrengst voor Groningen aan Stut-en-Steun, hoor een fragment uit de bundel en luister naar het Hooglied van Huub Oosterhuis en Antoine Oomen.

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!

Bestel het boekje op de website – Klik hier

Hooglied ‘Ik zag je, ik woog je, (muziek: Antoine Oomen)
1.
Ik zag je ik woog je.
Je keek of ik zag,
je lippen nog hard dicht –
toen stroomden je zoenen.
Het duurde een nacht
en een dag.
En toen het voorbij was
wilde ik weg.
En nauwelijks weg
wou ik weer.
2.
Toen werd het zomer
en later, en later
weer lente en zomer,
een herfst en een winter
de wind uit het noorden
de steenkou de dooi
de narcissenvelden
en weer.
3.
In spleten van rotsen
zat ik verscholen
te denken
ik weet niet meer wat.
In tuinen vol vogels
liep ik te fluiten
te dromen
ik weet niet meer wat
4.
Kwam iemand je tegen
een jager hij joeg je
een zanger hij zong je
een koning hij zette
zijn kroon af
maar mij
moest je ver zoeken, mij
moest je maar raden –
greep je me vast
had je mijn schaduw
en het werd avond
van winter tot winter
nu zijn de winters voorbij.
Kwam iemand me tegen
de zon kwam me tegen
de maan zong me wakker
de sterren verslonden
me levend
maar jij
kom ik je tegen, jou,
vallen de sterren,
zijn we weer thuis
en het wordt avond
en het wordt morgen
van zomer tot zomer
nooit gaan de zomers voorbij.


  1. We waren jong, we werden oud.
    Maar voor liefde niet te oud.
    Lange liefde is een touw
    zevenmaal getwijnd.
    Neem de tijd voor liefde.
    Ogenblik voor eeuwigheid.
    Liefde, geef ons nog wat tijd,
    deze dag, voor liefde.
    6.
    We huren een wagen
    en rijden naar meren.
    We vragen een zanger
    een jager een koning.
    Ze komen met lieflijke
    dromen en dranken –
    zo wordt het later
    zomer na zomer.
    Met knikkende knieën
    en armengevajem
    verdwijnen we
    door de deur uit het zicht
    achter de ramen
    staan nietige lichtjes.
    7.
    De dood in de verte
    je ogen dichtbij.
    De dood onder ogen
    we weten geen verder –
    wie leidden ons leven?
    Wie wij?
    De dood mag ons roepen
    zijn kreet komt er aan.
    En dan, witte ruiter,
    en dan?