Huub Oosterhuis Podcast – Zonnelied

Zonnelied

Franciscus van Assisi
Achthonderd jaar geleden, aan het eind van zijn 44 jaar korte leven, schreef Franciscus van Assisi, zijn ‘Zonnelied’.

Daarin bezingt hij de zon als broer, de maan en het water als zussen en de aarde als moeder: ‘moedertje aarde’. En ook de dood van het lichaam is een zuster. Vandaag lijkt dat lied te idyllisch voor deze tijd van verschroeiende hittegolven, onblusbare branden en verwoestende waterstromen.  

Het Zonnelied bezingt de natuur in haar onschuld, in haar maagdelijke staat, lang voordat haar schending op industriële schaal begon. Die schending is niet meer ongedaan te maken. Wij zien vandaag een heel andere aarde dan Franciscus met zijn loflied op de schepping en haar schepper-God. We zingen nu eerder:

Aarde, werk van uw handen
kaalgeslagen, ontgroend
uitgeput en vergiftigd
gaten gebrand in de hemel.

Alleen als wij, als alle regeringen van deze wereld eendrachtig en met onmiddellijke ingang moedertje aarde intensive care geven – haar ontzien, koesteren en verzorgen, dan zal zij ons misschien nog een paar eeuwen kunnen dragen en voeden. Dat zal een droom zijn. Dat is de droom van het Zonnelied, waarin God – de eeuwige die ver weg is en ongezien – en alle mensen die namens hem bijdragen aan het behoud van zijn schepping – worden bezongen, gedankt en gezegend.  

Het Zonnelied van Franciscus
U eeuwige
die ver weg zijt en ongezien,
U komen toe mijn zwijgen en mijn lied,
alle verlatenheid en drift,
mijn honger mijn verlangen,
want Gij zijt God,
U komt het toe alleen.
En niemand in verdriet in vrede
is bij machte U te noemen.

Onuitsprekelijk zijt Gij en goed.
goed is de hand
die alles heeft geschapen,
onzegbaar goed is onze broeder zon
die elke dag maakt dat het dag is,
die doorschijnend mooi
van licht en krachtig is,
die ons met blindheid slaat
overweldigt troost opvrolijkt
levend maakt.

Ook goed en mooi is zuster maan
met al haar sterren
die Gij van hemel hebt gemaakt.
En goed als Gij is broeder wind
met al zijn wolkenvelden –
en goed weer, slecht weer, en de lucht
waarin wij leven, nietig en gelukkig.

Gezegend is u Naam om zuster water
die nuttig is en nederig, kostbaar en zuiver –
om broeder vuur die in de nachten brandt
lachend robuust en ongewis –
om onze zuster moedertje aarde
die de voeten draagt, die ons bestiert
en alle soorten vruchten en kruiden geeft
en bloemen fonkelend.


Gezegend onbegrepen zijt Gij
onvolprezen
om allen die ter wille van uw liefde
meedogend zijn,
die alle ziekte alle dorst verduren;
gezegend zij die het uithouden,
ongekroond in deze wereld –
zult Gij hen kronen?

Vervloekt en onbegrepen zijt Gij
en gezegend
om onze zuster
de dood van het lichaam –
geen levende ziel
die ooit haar kan ontvluchten.
Gezegend zijn allen
die zoeken naar U,
de tweede dood
zal hen niet overkomen.

Dag mensen zegent en gedenkt
uw God en Heer
en dankt Hem en dient Hem
in deemoed.

naar “Il canto al sole” van Fransiscus van Assisi, 12de eeuw

Het ‘Zonnelied’ in de bewerking van Huub Oosterhuis is te vinden in Stilte zingen op blz. 40-41. Het Zonnelied is door veel componisten op muziek gezet, onder anderen door Antoine Oomen, te beluisteren op Spotify en op de CD ‘Nieuw licht over de aarde’, te bestellen via ekklesia-amsterdam.nl/webshop