Paasmorgen, Ekklesia

Wat is volbracht?
Ooit gehoord dat vier en twintig honderd jaar geleden in een smaldeel van het Midden-Oosten werd geschreven: ‘Hoor jij: Ik, de Naam – Ik zal, ik ben de god die jou uit het slavernijsysteem, het diensthuis van Egypte, heeft uitgeleid. 2015

Amsterdam, 5 april 2015

Wat is volbracht?

1. Ooit gehoord dat vier en twintig honderd jaar geleden in een smaldeel van het Midden-Oosten werd geschreven: ‘Hoor jij: Ik, de Naam – Ik zal, ik ben de god die jou uit het slavernijsysteem, het diensthuis van Egypte, heeft uitgeleid.’ Die god, die stem, dat woord, ooit van gehoord? Wie de bijeenkomsten van deze Ekklesia meemaakt, al vele jaren of sinds kort, heeft ervan gehoord. Het bijbelse uittocht-verhaal vertelt dat die stem geklonken heeft vanaf de berg Sinaï, ook wel Horeb genoemd, en dat, van toen af, die stem gehoord is, nooit meer niet, tot op vandaag. ‘Die jou uit het slavernijsysteem heeft uitgeleid’, betekent in de taal van de bijbel: die ons roept elkaar te bevrijden uit alle mechanismen van onderdrukking, uit alle onmenselijke verhoudingen die door macht en bezit en roofzucht worden bepaald en niet door recht en ontferming. Uittocht uit doodsverhoudingen. In heftige visionaire verhalen wordt verteld hoe die bevrijde slaven van toen, mensen als wij, zich door woestijnen hebben heen geworsteld naar een nieuw begin. Dit grote bevrijdingsverhaal wordt op Pesach gevierd aan alle Joodse tafels – Pasen komt van Pesach. Het verhaal over de opstanding van de gekruisigde Jezus van Nazaret is een vervolg op het uittochtverhaal. Uit deze wereld van doodsverhoudingen en slavernijsystemen is hij opgestaan. Hoor het verhaal van een levende, dat nu wordt gezongen

2. In het evangelie van Marcus, waaruit wij fragmenten gelezen en overwogen hebben, ter voorbereiding op deze Paasmorgen, sterft Jezus met de kreet ‘God mijn god waarom heb jij mij verlaten’. In dat van Lukas roept Jezus met grote stem: ‘Vader in jouw handen beveel ik mijn geest.’ In het Jezusverhaal van Johannes luidt zijn laatste woord: ‘Het is volbracht.’ Wát is volbracht? De Thora, de levensleer, het levensbeginsel van de liefde, van solidariteit en ontferming: die grote woorden zijn volbracht. De Naam van de uittochtgod is volbracht. ‘Ik zal er zijn. Ik zal er zijn tegen de dood. Jongen, ik zeg je sta op. Talita Koemi. Je zonden zijn je vergeven. Hebt elkander lief.’ Die woorden zijn volbracht. Ze staan aan de voet van de Berg, Sinai, Horeb. En horen de stem die roept: ‘Dood niet.’ Wat betekent ‘niet doden’? Dat niemand, niemand van jullie, niemand van ons, niemand ter wereld gedood mag worden. Maar dan is ‘leven’: opkomen voor het leven van wie dan ook.

3. Er is dus altijd, nacht en dag, iets dat volbracht moet worden. Het recht op leven moet bepleit, verdedigd, bevochten. Levensgevaar moet onderkend en voorkomen worden. Levenskansen moeten geschapen, steeds opnieuw, vlak om je heen en tot aan de uiteinden der aarde. Er moet gestudeerd worden en gerekend. Er moeten plannen gesmeed, woorden gevonden, dromen opgeschreven, muziek gemaakt. Er moet geliefkoosd worden en vertroeteld. Er moeten kinderen worden geboren en soms niet. Er moet gewikt en gewogen; herzien, hersteld, vergeven en vergeten. Of juist niet vergeten. Dat alles moet altijd, want anders gaat het leven dood. Wat denk je? Kan het, zo leven? Zo aandachtig, alert, zo vitaal, zo moeilijk, zo rusteloos gelukkig? Je kunt er in groeien, in de Naam ‘Ik zal er zijn’. Het is ons ingeschapen. ‘Ik zal er zijn, tegen de dood.’ Wij mogen dat durven weten. Dat het onze bestemming is een ander -één ander- te behoeden voor onderdrukking, vernedering, Dat wéten, dat je er moet zijn voor die en die is ‘weten’ van ‘Ik zal er zijn’. Inlevend, vergevend, verzoenend; dat is die uittochtgod navolgen die Jezus zijn vader noemde. ‘Hij sprak: het is volbracht, en boog het hoofd’, zo staat geschreven. In de verte, zo dichtbij mogelijk, stonden de vrouwen die hem waren gevolgd. Ik stond achter hen, ik hoorde zijn stem, zijn laatste adem. En ik verhief mijn ziel tot fluisterhoogte, ik zei: En nu, hoe verder? Wat wou je zeggen toen je riep: het is volbracht? Dat je die godsonmogelijke opdracht god te zijn vervuld had? Ik sta van ver toe te kijken en weet: nu moet ik jou volbrengen – wie ik?

4. Het zal in alle vroegte zijn als toen, wij zijn uit de grond opgestaan mensen komen elkaar tegemoet wij zijn in bekenden veranderd. Het zal waarschijnlijk ook in alle vroegte zijn dat 600 in Nederland getogen en soms ook geboren asielzoekerskinderen worden uitgezet; als niet de nieuwe staatssecretaris voor vreemdelingenzaken zijn bevoegdheid gebruikt om ze allemaal, zonder één uitzondering, een verblijfsvergunning te geven. Tegen deze dreigende zeshonderdvoudige schending van kinderrechten, in een van de rijkste landen der aarde, voert Defence for Children onvermoeibaar actie. Soms pikt een krant het op. Trouw deed dat onder de kop ‘De een wel, de ander niet. Waarom?’ Ruim vijfhonderd mogen blijven, ongeveer zeshonderd moeten weg, zo’n 25 kinderen zijn nog in procedure. Met uitzettingen kan het heel snel gaan, maar het kan ook nog heel lang duren. Tergende onzekerheid. Ik lees u voor uit de tekst van de petitie die door Defence for Children wordt verspreid, ondertekend door bekende en onbekende Nederlanders , en ook ons ter ondertekening aangeboden. Wij willen een Eerlijk Kinderpardon. Voor kinderen zonder verblijfsvergunning die langer dan vijf jaar in Nederland zijn kwam er een Kinderpardon. Dat geldt voor kinderen die hier in Nederland geworteld zijn. Ze spreken Nederlands, gaan naar een Nederlandse school, hebben vrienden. Ze sporten, eten, gamen, ze eten stroopwafels en drop. Ze zijn in vrijheid kind met de andere kinderen. En dat moet zo blijven. Nederland is hun thuis. Het land waar hun ouders vandaan kwamen kennen ze niet of nauwelijks. Toch kregen niet al deze kinderen een Kinderpardon. Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie heeft ruim de helft van alle aanvragen voor het Kinderpardon afgewezen. Het gaat om ongeveer 600 kinderen. (…) Wij, burgers van Nederland, gemeenteraden, scholen, sportclubs, kerken en organisaties, constateren dat enkele honderden in Nederland gewortelde kinderen geen Kinderpardon kregen. We zijn het ermee eens dat kinderen geworteld zijn als ze minstens vijf jaar als minderjarige in Nederland zijn. De andere voorwaarden van het Kinderpardon zorgen voor een oneerlijke uitsluiting van kinderen die in Nederland thuishoren. Wij willen een Eerlijk Kinderpardon. Wij verzoeken de nieuwe staatssecretaris om de kinderrechtenbril op te zetten; daarmee opnieuw te kijken naar de kinderen die zijn afgewezen voor het Kinderpardon en hen een verblijfsvergunning te geven.

5. Dit is een nieuwe-wereld-project. Een messiaans project. Het moet worden volbracht, zo snel mogelijk. Dat zal uittocht en opstanding zijn.