Liefde. Dat woord

Raadpleeg de dichters, het
is hun beroep, talent, roeping, de alledaagse woorden nieuw uit te spreken

Ekklesia, 12 september 2010

Lezing uit het boek van de profeet Jesaja
Jesaja 65:17-25

Kijk dan
ik ga een nieuwe hemel maken
en een nieuwe aarde
en aan wat vroeger was
wordt niet meer teruggedacht
het komt in geen hart meer op.
Wees blij verrast
om wat ik ga maken:
ik maak van mijn stad
een vrolijke stad, van eeuwige vrede,
ik maak van allen die daar wonen
gelukkige mensen.

Geen kinderen zullen daar sterven.
Oude mensen maken hun dagen vol
en jonge mensen zullen daar
pas op hun honderdste sterven.

Zij bouwen huizen en wonen erin.
Zij planten wijngaarden en eten de vruchten.
Zij bouwen niet meer en anderen wonen erin,
planten niet meer en anderen eten het op.
Hun levensdagen zijn
als de dagen der bomen zo veel.

Zij zullen niet voor een leegte zwoegen,
geen kinderen baren voor de verschrikking.

De wolf en het lam wonen samen,
de panter, het bokje, het kalf en de leeuw.
Niemand doet kwaad
niemand sticht onheil.
Wij leren de oorlog af.

Toespraak
1. Liefde. Dat woord – wat verstaat men onder liefde? Raadpleeg de dichters, het is hun beroep, talent, roeping, de alledaagse woorden nieuw uit te spreken, níeuw, nú. Liefde, schrijft de dichter Jan Hanlo – “liefde is kussen geven en kussen krijgen / maar als het niet gelukkig maakt / is het vergeefse moeite”. In zijn gedicht ‘Voor wie dit leest’ schrijft Leo Vroman:

Menige verzen heb ik al geschreven
ben menigen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.

Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende voorover boog
over de woorden die Gij wakker leest.

Poëzie, liedjes, mooi zingen, alle muziek en kunst is liefde, wil geven, omhelzen, vervoeren. ‘Liefde’ schrijft Gerrit Kouwenaar:

Liefde ik schrijf het met zoveel gemak
als een vinger in meel (…)
het gebruik van woorden
zegt niets.

Het woord ‘liefde’ zegt niets? Dat moet wel betekenen: liefde moet gedaan. Zoals het woord ‘God’ gedaan moet worden. Waar vriendschap is en liefde daar is God.

2.
Wat verstaat men onder liefde? Wat verstaan wij onder liefde? Ik versta onder liefde … de honderd woorden die nu volgen heb ik hier al wel zo’n zes keer in een toespraak uitgesproken, in deze zaal, de laatste twintig jaar. En telkens heb ik aan dat statement een paar woorden veranderd, toegevoegd, weggelaten. Hier komt de zevende versie, de definitieve, mag ik hopen.

Ik versta onder liefde: die duizenden nuances van vriendelijkheid en vriendschap, van hartstocht en hoofsheid, van tact en geduld, van bedachtzame eerbied en mededogen, van lange trouw en spontaniteit, waarmee mensen elkaar bejegenen.

Ik versta onder liefde ook: de denkkracht en de intuïtiekracht, de wijsheid en de wetenschap, en alle fantasie en volharding en optimisme waarmee de aarde wordt opgebouwd, steeds opnieuw, tegen alle afbraak in. Alles wat ten goede is, alles wat zingt en in vervoering brengt, alles wat troost en tot bezinning leidt, en alles wat bijdraagt tot iets meer recht en vrede voor zoveel mogelijk mensen, noem ik liefde.

Er is in onze samenleving behoefte aan plaatsen waar die ‘liefde’ wordt geleerd en aangemoedigd. Zonder liefde valt een samenleving uit elkaar en raken mensen ontheemd. En zonder zingen en volharding is de toekomst leeg.

3.
In zijn bundel ‘Tempel en kruis’, in 1939, schrijft de dichter Hendrik Marsman – die van ‘Denkend aan Holland zie ik brede rivieren / traag door oneindig laagland gaan’; die van ‘Groots en meeslepend wil ik leven’ – in 1939 dus publiceerde Marsman de volgende regels:

Ik sta alleen, geen God of maatschappij
die mijn bestaan betrekt in een bezield verband

Toen ik achttien was, leerde ik deze regels uit mijn hoofd en ze zijn me altijd bijgebleven. Deze woorden, van vlak voor de Tweede Wereldoorlog, blijken vandaag veel mensen op het lijf geschreven.
Waar horen ze nog bij? Bij welke gemeenschap, culturele traditie, religie; bij welke rituelen, beelden en verhalen, bij welk politiek of ethisch ideaal, klein of groot? Of zweren ze vooral bij grote merken, en bij massa-evenementen als toen het Nederlandse verlies van de WK-finale werd gevierd?

De massa is te veel en te naamloos. Ik-op-mijzelf ben te weinig. Het is niet goed dat een mens alleen is. Alleen is leeg, geen taal; gedachten en dromen die obsessies worden – depressies. Online-leven dan maar? De computer als sociale machine? En is het waar dat digitale media afstand scheppen en leiden tot verharding? Het zou steeds meer waar kunnen worden. Zeker is dat chatten en sms-en het gemis aan ‘bezield verband’ niet wegnemen.

4.
Halverwege de vorige eeuw werden nog velen geboren in een ‘groot verhaal’ dat richting gaf aan hun leven en waarbinnen zij gelukkigmakende verwachtingen en evidente waarden en normen leerden koesteren. Na 1980 zijn er steeds meer jonge mensen opgegroeid zonder zo’n zingevingsverhaal. Toch zijn de vragen naar zin en ziel en samenhang niet verstomd – zoals Salman Rushdie ze stelde in zijn essay Is er dan niets meer heilig:

`Iedereen loopt rond met vragen waarmee hij geen raad weet. Hoe zijn we hier gekomen? Is dit korte leven alles wat er is? Wat is de zin daarvan? Het gevoel dat je meer bent dan jezelf, dat je op de een of andere manier verbonden bent met het hele leven – ieder van ons, godsdienstig praktiserend of niet, heeft die ervaring ooit gehad. (…) Het is belangrijk dat wij inzien hoezeer wij allen de behoefte voelen die de godsdienst door de eeuwen heen heeft bevredigd. De behoefte aan een opvlucht van onze geest, de behoefte om een duidelijke vorm te vinden voor de glimpen van vervoering, ontzag en verwondering die we soms even ervaren.’

5.
Maar dan moeten er huizen zijn, vaste adressen waar naar de zin van het leven kan worden gevraagd. En waar die behoefte aan een opvlucht van onze geest niet wordt weggelachen, en niet bedolven onder welke ideologie dan ook, een christelijke of een atheïstische. Waar mensen met zulke vragen en behoeften intellectueel èn emotioneel veilig zijn. Ik stel mij voor dat in zulke huizen het erfgoed van jodendom, christendom, humanisme en socialisme ter sprake wordt gebracht, uitgelegd, gewikt en gewogen. En dat daar onbevooroordeelde en betrouwbare informatie wordt gegeven over buiten-Europese godsdiensten. En diepgaande studie wordt gemaakt van de islam, als godsdienst en cultuur.

Huizen die een centrum zijn voor studie, bezinning en debat; ruimte voor levenbeschouwing en religie. En als tegenwicht tegen conformisme, en om je verbeelding te scherpen, hart en verstand te verruimen, zal er een podium zijn voor poëzie, muziek en theater – poëzie, door Martinus Nijhoff

omschreven als de tintelende taal
van een achter alle kwaad verrijzende dageraad.

6.
In het voormalig roomskatholiek parochiehuis ‘De Liefde’ aan de Da Costakade, hier in Amsterdam, zal vanaf 11 februari 2011, zo’n huis gevestigd zijn, het zal ‘De Nieuwe Liefde’ heten; en hopelijk zal het uitgroeien tot een ‘leerhuis voor een betere wereld’. Een vermogend man heeft besloten dit pand te kopen, te verbouwen en in te richten voor de Stichting Leerhuis & Liturgie. Hij geeft ons in bruikleen en stelt een deel van zijn vermogen ten dienste van onze projecten.

7.
Leerhuis voor een betere wereld. Waarom een betere wereld? Is deze waarin wij leven, die in tientallen eeuwen is gegroeid en opgebouwd, niet goed genoeg, of niet minstens de best mogelijke?
Dat is een redelijke vraag. Het antwoord luidt: nee. Omwille van de miljoenen ‘verworpenen der aarde’ luidt het antwoord nee. Een betere wereld is daar waar het recht van de zwaksten het ijkpunt is van onze normen en waarden. En ‘politiek bedrijven’ zou moeten zijn: steeds opnieuw proberen een democratische meerderheid te verwerven voor de bevrijding van steeds meer mensen uit al die toestanden en verhoudingen waarin zij worden vernederd en geknecht.

8.
De Nieuwe Liefde heeft een hooggestemd ideaal: ‘Een huis te zijn voor bezield verband waar het woord beschaving opnieuw inhoud krijgt, boven de chaos uit. ‘Beschaving is rekening houden met het feit dat de ander bestaat’, zei Hans van Mierlo in een interview vijf jaar geleden. En: ‘Nederland lijdt aan een toenemend gebrek aan beschaving’.

Beschaving is dat wij andere mensen, van waar ook ter wereld, welkom heten en proberen te ontmoeten zoals zij zijn; bereid om alle problemen die zo’n ontmoeting met zich meebrengt, onder ogen te zien en op te lossen, zo mogelijk zonder angst. Beschaving is: elkaar helpen onze xenofobie te overwinnen en af te leren.
De chaos van beledigen, tarten, honen en haten, van angst, vooroordelen en niet beter willen weten – die heersende chaos is uitzichtloos, lege toekomst Maak huizen boven die chaos uit.

9.
Het gebouw ‘De Nieuwe Liefde’ kan ook onderdak bieden aan de activiteiten van de Amsterdamse Studentenekklesia; aan de wekelijkse koorrepetities, aan velerlei vergaderingen en initiatieven en projecten, en aan onze zondagse bijeenkomsten. Vanaf 9 januari 2011 zouden op de eerste drie of vier zondagen van de maand onze diensten gehouden kunnen worden in de Grote zaal aan de Da Costakade, die plaats biedt aan 240 bezoekers – meer dan er hier de laatste jaren op een gemiddelde zondag bijeenkomen. Op de laatste zondag van iedere maand, en op de grote feesten Kerstmis, Pasen, Pinksteren, zou de ekklesiadienst dan in deze Rode Hoed gehouden kunnen worden. Gezien de grote kostenbesparing zou dit een voor de hand liggende keuze kunnen zijn.

Het bestuur van de Vereniging Amsterdamse Studentenekklesia heeft besloten u deze keuze voor te stellen op de Algemene Ledenvergadering die op zondag 3 oktober gehouden wordt. Allen hier die geen lid zijn van de Vereniging Amsterdamse Studentenekklesia, kunnen het tot 3 oktober wórden – dan kunt u ook meedoen aan dat Groot Overleg.

10.
Deze ekklesia heeft zich tot taak gesteld, de christelijke geloofstraditie opnieuw te interpreteren en verstaanbaar te maken vanuit haar joodse bronnen.
In de stroom van vijftig jaar zijn wij ons bewust geworden dat wij erfgenamen zijn van een ethisch visioen, een morele revolutie, met als kernwoorden: trouw, ontferming, solidariteit, volharding, liefde – en dat deze woorden niet te hoog voor ons zijn, al moet je er naar reikhalzen, als dorstige herten – ‘jij kunt ze volbrengen, keer je leven om’ is ons gezegd.

Vijftig jaar hebben ons ook geleerd; dat deze woorden alleen geleefd kunnen worden binnen het bezield verband van geestverwanten. Ons wordt na vijftig jaar de mogelijkheid gegeven om door te groeien, en aan die woorden nieuwe energie en actualiteit te geven.

Toen ik een klein kind was, praatte ik zoals kinderen doen, en ik dacht niet verder dan kinderen doen. Nu ik een man geworden ben, heb ik dat achter mij gelaten.
Nu nog zien wij spiegelbeelden, raadselachtig. Eenmaal staan wij oog in oog. Nu nog weet ik niet de helft. Ooit eenmaal zal ik alles weten. Zoals hij alles weet van mij.
Geloof en hoop en liefde zullen blijven alle drie. Maar de grootste is de liefde. Nieuwe liefde is liefde-nu, kome wat komt.